Opleiding Toegepaste Natuurkunde
Doelstellingen - Eindtermen - Structuur
De doelstellingen
De opleiding Master in de ingenieurswetenschappen: toegepaste natuurkunde is gericht op de studie van de technische toepassingen van de natuurkunde en beoogt door middel van een evenwichtige combinatie van de basisconcepten van een ingenieursopleiding met de essentie van een opleiding tot natuurkundige, een ingenieur te vormen die in staat is aan de universiteiten, de onderzoeksinstellingen of in de industrie het technisch-wetenschappelijk onderzoek uit te voeren of te leiden.
In de ingenieurscomponent van de opleiding wordt de student vertrouwd gemaakt met analyse, ontwerp en optimalisatie van bestaande en nieuwe materialen, componenten, systemen, producten, et cetera, waarbij het doorvoeren van vereenvoudigingen om tot hanteerbare oplossingen te komen essentieel is.
In de natuurkundecomponent van de opleiding staat de reductionistische benadering centraal, waarbij experiment en wiskundige modellering erop gericht zijn de fysische verschijnselen tot hun essentie te herleiden en de optredende fysische wetten te achterhalen. Ondanks de meer filosofische inslag blijft de ingesteldheid rigoureus en dient een natuurkundige theorie de toetsing met het experiment te doorstaan. Doorheen de hele opleiding burgerlijk natuurkundig ingenieur wordt een evenwicht in het aanbrengen van beide concepten nagestreefd, wat zowel in het studieprogramma als in de achtergrond van de lesgevers tot uiting komt.
Het beroepsprofiel: De opleiding beoogt dus de vorming van een academisch ingenieur voor onderzoek en ontwikkeling die door de breedte van de opleiding terecht kan in alle bedrijven en onderzoeksinstellingen waar interdisciplinair onderzoek en ontwikkeling een grondige kennis van de natuurkunde vereisen. De brede opleiding maakt hem ook bijzonder geschikt om in een later stadium een leidinggevende functie op te nemen.
De eindtermen
- Beheersing van de grondslagen van de moderne natuurkunde.
- Een overzicht hebben van de belangrijke toepassingsgebieden van de moderne natuurkunde, met telkens een grondige kennis van de basisbegrippen.
- De technische benadering kennen van de toepassingen van de natuurkunde.
- De basisfilosofie van zowel het wetenschappelijke als het technische denken aangeleerd hebben.
- Een diepgaande kennis verworven hebben in een aantal actueel toegepast natuurkundige domeinen waarbinnen de Universiteit Gent vooraanstaand onderzoek uitvoert.
- Een concrete, praktische probleemstelling zelfstandig kunnen bestuderen en uitwerken.
- Theoretische modellen kunnen opstellen waarmee bepaalde materialen, componenten, systemen, producten, et cetera, beschreven en begrepen kunnen worden.
- Kunnen mondeling en schriftelijk rapporteren over de onderzoeksresultaten.
- De attitudes van een onderzoeker verworven hebben nodig om in bedrijven of onderzoeksinstellingen te functioneren.
- Voor de keuzevakken: vorming van het eigen verantwoordelijkheidsbesef, bij de mogelijkheid die geboden wordt om in totale vrijheid de horizon buiten de strikte opleiding te verbreden.
De structuur van de opleiding
- Nog te schrijven.
